De afbouw van opbouwwerk

maandag, 18 juli 2016

Sinds decennia lang bestaan er opbouwwerkers, welzijnswerkers die zich richten op het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden van buurt- en wijkbewoners én die een brug slaan tussen bewoners en de gemeente. Rob Klingen is vanuit stichting Rijnstad de opbouwwerker die dit werk in zijn klassieke vorm in Arnhem het langst uitvoert, de afgelopen achttien jaren vanuit Klarendal. Zo vlak voor zijn pensioen is het alleen de vraag of hij de rit wel uit kan zitten.

Rijnstad is de maatschappelijke organisatie op het gebied van welzijn en maatschappelijke dienstverlening in Arnhem en omgeving. In opdracht van de gemeente Arnhem werkt het opbouwwerk van Rijnstad de wijken. Enkele jaren geleden was er al het één en ander veranderd: vroeger hadden alle ‘aandachtswijken’ een eigen opbouwwerker, nu kregen alle wijken met meerdere opbouwwerkers te maken waarbij de stad in acht gebieden werd verdeeld. De opdrachten vanuit de gemeente (de wijkregisseur) werden wat gedetailleerder; het team opbouwwerkers onderzocht wat de kwetsbaarheden en behoeftes van de individuele wijken zijn. Het wijkgesprek is hiervoor een belangrijk instrument voor de totstandkoming van het een wijkactieplan voor iedere wijk. Hiermee kwam er ook een rechtstreeksere samenwerking met de wijkregisseurs.

Nu echter is een jaar geleden in de laatste perspectiefnota van de gemeente het programma ‘van wijken weten’ gelanceerd: ambtenaren gaan in de wijken werken en niet meer op het stadhuis, een bezuinigingsmaatregel waarbij er van onderop opgepakt wordt wat goedkoper en efficiënter moet zijn dan van bovenaf uitstrooien. “Niet zenden, maar op gaan halen” , aldus een gemeentesecretaris. Momenteel draaien er pilots en in 2017 moet deze reorganisatie doorgevoerd zijn: de ‘wijkteams leefomgeving’ functioneren dan naast de ‘sociale wijkteams’ door de hele stad, de wijkregisseurs zullen niet meer bestaan.

Arnhem ging prat op zijn ‘wijkgericht werken’: na de successen in de Vogelaarwijken Malburgen en Klarendal (opbouwwerk werkte nauw samen met de voormalige wijkplatforms wat tot goede resultaten leidde) strooide de gemeente die aanpak over de hele stad heen. Iedere wijk een bewonersoverleg, een wijkactieplan en opbouwwerkers. Maar kort geleden kondigde de gemeente aan te stoppen met wijkgericht werken. Het zou achterhaald zijn. Met de inzet op zelfstandigheid en burgerparticipatie zijn er naar hun mening ook geen opbouwwerkers en participatiewerkers meer nodig. Het wijkteam leefomgeving kan deze rol overnemen, wordt aangegeven, tenzij een wijk vindt dat daar budget voor apart gezet moet worden.

Luciënne van den Brand meldt haar medewerkers: “We snappen in theorie dat (op termijn) de klassieke rol van het opbouwwerk verandert en mogelijk steeds minder nodig is. Het opbouwwerk heeft van oorsprong o.a. een belangrijke rol in het overbruggen van afstand tussen burgers en overheid. Wanneer de gemeente ‘in de wijken zit’, is de afstand wellicht zo klein dat deze brugfunctie niet meer nodig is. Voor het participatiewerk en een ander gedeelte van het opbouwwerk snappen we dit niet. Of en hoe deze taken gericht op bijvoorbeeld ondersteuning van wijkactiviteiten en (wijk)vrijwilligers en taken gericht op laagdrempelige ontmoeting en ontplooiing worden voortgezet, weten en snappen we niet.”

Rob Klingen vertelt aan betrokken bewoners: “Voor wat mijzelf betreft, vind ik het jammer dat ik het werk niet tot mijn pensionering kan voorzetten. Het is mij nu ook nog onduidelijk wanneer ik gedwongen moet vertrekken. Het lijkt er nu op dat dit niet al in 2017 gaat gebeuren. Wie de vier collega’s zijn die hun baan al wel in 2017 kwijt raken is ook nog geen duidelijkheid over. In september is daar meer duidelijkheid over. Dit had ik niet verwacht. Wel een korting op het opbouwwerk omdat het wijkteam leefomgeving bepaalde taken kan gaan overnemen. Het opheffen van participatiewerk verbaast mij ook zeer. De gemeente wil dat mensen actief meedoen in de samenleving. Veel collega’s in het participatiewerk maken dit voor mensen mogelijk en die worden nu aan de kant geschoven.”

Per 1 januari 2017 zullen al vier formatieplaatsen moeten worden ingeleverd. Dit wordt de komende jaren verder afgebouwd tot nul. Tijdens de laatste politieke maandag voor het zomerreces, stelde de PvdA samen met Groen Links vragen aan de wethouder (Anja Haga, CU) én diende een motie in ‘Neem de tijd voor implementatie Van Wijken Weten’. Zij vragen zich bijvoorbeeld af waar de opgebouwde expertise dan blijft en hoe de medezeggenschap van de burgers vorm gaat krijgen. Niemand weet namelijk precies hoe die nieuwe wijkteams gaan functioneren.

Rob Klingen hoort het aan, verwacht met de wethouders van D66 en Christen Unie niet dat de motie wordt aangenomen en zucht; “Dat is politiek…”


« naar overzicht