100 jaar Mussenbuurt

zondag, 19 juni 2011

Vier bewoners uit de Mussenwijk staken de koppen bij elkaar om op zaterdag 18 juni het 100-jarig bestaan van de Mussenwijk te vieren. Alle 115 huishoudens waren uitgenodigd. Met tentjes, zitjes en een muzikale omlijsting, verzorgde de overburen van VMBO ’t Venster de catering. Directeur van Volkshuisvesting Arnhem Gerrit Breeman, onthulde samen met de oudste bewoonster van de buurt (1931!) mevrouw Aalders, een informatiebord. Alle aanwezigen kregen na afloop een toepasselijk geschenk.
Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Mussenwijk tot stand kwam. De 115 huizen tellende wijk was het eerste bouwproject van de Arnhemse Volkshuisvesting.

De Mussenwijk – ook wel Mussenbuurt of Mussenberg genoemd –  ligt in een driehoek tussen de Klarendalseweg, Kazernestraat en Vijverlaan. De huizen kenmerken zich door de fraaie architectuur en ruime tuinen. Het was een zogenaamd tuindorp, ontworpen door de Rotterdamse architecten De Roos en Overeynder. Het bestuur van Volkshuisvesting was destijds erg te spreken over het tweetal en zij kreeg nog 25 jaar lang opdrachten van de woningbouwvereniging. De Mussenwijk  kreeg landelijke bekendheid en werd in 1912 zelfs opgenomen in de koninklijke rijtoer van koningin Wilhelmina en prins Hendrik!

Hoewel de huizen in de Mussenbuurt een luxe uitstraling hebben (vooral aan de Vijverlaan), was de wijk wel degelijk een sociaal woningbouwproject. Dat had te maken met de woningbouwwet van 1901. Die zorgde eindelijk voor regels waaraan volkswoningen voortaan moesten voldoen. Daarmee dropen de particuliere huizenbouwers en langzaamaan ook de charitatieve woningbouwverenigingen af.

De nieuwe woningbouwverenigingen kregen vanuit het rijk financiële steun en konden daarmee aan de nieuwe eisen voldoen. De hele Mussenbuurt kostte destijds f 244.015, 96 en de huren lagen tussen de twee en vijf gulden per week. Daarvoor had je dan een woning met een voorkamer, woonkamer, keuken, toilet, twee slaapkamers en een voor- en achtertuin.

De Mussenberg is een goed voorbeeld van de arbeiderswijk uit het begin van de vorig eeuw. Het uiterlijk van de huizen is eenduidig, ondanks de verschillende soorten huizen. Allen hebben groene kozijnen en deuren en ròde daken. Dit leverde de wijk de naam ‘het roode dorp’ op. Zoals later de Van Verschuerwijk met zijn blauwe pannendaken de titel ‘het blauwe dorp’ kreeg… Beide sociale woningbouwprojecten zijn in 2008 uitgeroepen tot rijksmonumenten.

Dit pareltje van architectuur wist de tand des tijds de doorstaan. Mèt de nodige renovaties. De eerste grote opknapbeurt was halverwege de jaren tachtig. Toen werd duidelijk welk een bijzonder en ‘gevoelig’gebied de Mussenbuurt eigenlijk was. Maar wie ging dat betalen? De bewoners lieten weten bepaalde huurverhogingen eenvoudigweg niet te kunnen dragen. Uiteindelijk deden diverse overheden een flinke duit in het zakje en werden de huren matig verhoogd. Ruim de helft van de huizen kreeg nieuwe daken, een douchecel, centrale verwarming en modernere keukens. Eind jaren negentig kwam de tweede opknapbeurt. Nieuwe riolering was nodig en daarmee kon meteen de straatinrichting aangepakt worden. De wijk kreeg de oude, nostalgische uitstraling terug.  In 2003 ging Volkshuisvesting nog verder. De wijk was al een stedelijk beschermd stadsgezicht op dat moment, onderhoudswerkzaamheden mondden uit in het in oude staat terugbrengen; alle ramen kregen weer ouderwetse roedes. 

Anno nu doe je in de Mussenbuurt nog steeds een stapje terug in de tijd. De huizen zijn erg geliefd en de wachtlijsten voor de woningen lang. De geluksvogels die nu in de Mussenbuurt huizen, vierden 18 juni het honderdjarig bestaan van hun wijk met een feestje.

Het feest werd mede mogelijk gemaakt door wijkplatform Klarendal en de Volkshuisvesting.

Met dank aan Helga van Ree – redacteur Wijkkrant Klarendal – Gerard Mulder voor de foto en Volkshuisvesting voor archiefbeeld.


« naar overzicht